Excursie Gewestbos Ravels & Kijkverdriet gidsen: Gust Jansens & Gilbert Loos. 2/6/18

Ook aanwezig: Paul Prinsen. Een leerrijke en ontspannende namiddag in de prachtige bossen, heilandschappen en bloemvelden van de Ravelse Gewestbossen en het Kijkverdriet o.l.v. ervaren gidsen.
Gewestbossen werden voor 90.000 Bfr gekocht door de overheid. Bij de bebossing ervan ontvingen vrouwen 1 Bfr en mannen 1,5 Bfr / geplante boom.
Na deze toelichting waagden wij ons op pad, tot grote tevredenheid van muggen. Verschillende biotopen hebben we aangedaan op weg van het Boshuis naar het Kijkverdriet: 1. zandwegberm met aan één kant bos (wagens) 2. brede zand- brandweg (geen wagens) door het gewestbos 3. Wandelpad langs half natte lage begroeiing (kortbij grote vijver) 4. Grote zandweg wegberm 5. Gras – bloem weide Kijkverdriet zelf. 6. Rondom rond deze weide. 7. In weide van NP

1. Glanshaver (blijft als maaisel niet wordt afgevoerd, vroeger een gewas), ooievaarsbek (haartjes op stengel even lang =kleine- onregelmatig =zachte-), elzenzegge (vreemde plaats, maar vroeger hier bos), klaver (stengelvorm? puntje op blad?), scherpe boterbloem, knoopkruid (bloei, blad donkergroene rozetten op grond), zeegroene muur (lengte kelk tov kroonbladen), grasmuur, veldlathirus (op maar 1 plaats), haagwinde (geen bloei), R. klaver, zevenblad (bloei), gewone berenklauw (nog geen bloei), kropaar (grassoort met zaden in “bol” bijeen),

2. Wederik (geen bloei), wilgenroosje (geen bloei), gevlekte orchis (nat), veldbies (altijd behaard, veelbloemig (zak)), tengere rus (exoot uit Canada en N.Amerika 200j geleden geïntroduceerd, verdraagt goed betreding), akkerkool (blad ~ koolblad, composiet, bloemen open in de VM toe in de NM), biggenkruid (2j rozet op grond om concurrentie te weren, penwortel = vroeger eten voor varkens), hazenzegge (=arig, 5 aren), helmkruid (geen bloem, eerder een helmachtig “iets”, veel insecten!, 3 vormen naar gelang van de vleugel), vingerhoedskruid, hondsdraf (hier zelfs nog in bloei), wolfspoot (geen bloei), klaverzuring, kale jonker (distelwet aangepast, mag blijven), mannagras (voedselrijk, manna = brood, vroeger zoetstof), robertskruid
3. Reukgras (goede indicator), speerdistel, jeneverbes (op domein van vijver, afgespannen tegen reevraat, bessen worden manueel verstrooid over de natte heidegebieden), heidekartelblad (op het pad zelf, moet hier vroeger permanent aanwezig geweest zijn, dus voor de bebossing, halfparasiet), mannetjesereprijs (idd vaak samen met heidekartelblad), hertshooi, tormentil, heermoes (let op schede lengte, paardenstaart soort), wespenorchis.
4. Margriet, koninginnekruid, look – zonder- look (uitgebloeid), breedbladige wespenorchis, klein hoefblad, ridderzuring, melkdistel, witte klaver, hondsdraf (bloei!), st-jacobskruiskruid, zeegroene muur, beemdgras (tongetje kort = veld-, lang = ruw-), wolfspoot, akkerkool, smeerwortel (groot! Uit de wortel haalde men vroeger smeerachtige substantie, goed op composthoop),
5. Kijkverdriet = ong. 50 hectaren groot. Leem, klei, depressie, kwel = mineralen (orchideeën). Vroeger maisakker! Last van grond opwoeling door everzwijnen (25 afgeschoten vorig jaar). veenpluis, kleine zonnedauw, blauwe knoop (veel), ratelaar (bovenlip geen tand = kleine), geelgroene zegge, veldbies, veelstengelige waterbies, gevlekte orchis, bruine snavelbies, buntgras, blauwe zegge (hier en daar in droogstaand ven), tril- of bevertjesgras, waternavel (rond), veldrus, moerashertshooi, moerasaardbei (geen bloei), witte waterranonkel, margriet, vogelwikke.
6. Waterzuring (in het water wat een gigant!), blaartrekkende boterbloem (in gracht tov boerenerf), grote waterweegbree (in gracht langs betonbaan), echte kamille (toegangspad tot weide, geel knopje), reukloze kamille (witte grotere bloem), Op berm langs zandweg: lisdodde (verrijking grond), ratelaar, bijvoet
7. Belangrijkste: timote, spaanse ruiter (zeer zeldzaam), veenorchis,
Spijtig dat het Boshuis gesloten was om al dat muggengif in ons lichaam wat te verdunnen; volgende keer beter!
Mark Broeckx.