Excursie De Schrieken (Epelaar), Beerse gids: Paul Prinsen 12/05/18

Plaats bijeenkomst: IOK parking
Ook nog meer kennis aanwezig via: Gust Janssen (planten, zeggesoorten), Marc Van Mierlo (vogels), Willy Ronsmans (insecten), Fred Geysels.
In tegenstelling tot vorige excursie hadden we met bovenstaand bont allegaartje aan 3 uren véél te weinig tijd om al de kennis te delen. Het was een leerrijke, amusante en ontspannende excursie onder een stralende zon. Willy had een witte paraplu mee die hij omgekeerd geopend onder de “geschudde” struiken hield teneinde allerlei insecten en rupsen op te vangen en te determineren. Al de niet flora-determinaties heb ik niet genoteerd, dat ging veel te snel en was te uitvoerig. In varia vind je wat ik toch heb opgevangen.

Kale jonker (roodachtig paarse schijn), rode klaver (altijd wit in blad), kleine klaver (niet hopklaver want elk hopje heeft daar z’n topje (op het blad)), gewone den (bovenaan rood en bochtig), zwarte den (rechter, geheel zwart), bosaardbei, hondsdraf (beiden bodembedekkers), scherpe- en kruipende boterbloem (houding en blad zijn verschillend), zompzegge, sint -jacobskruiskruid, (insecten, doch giftig voor het vee), wilgenroosje (niet in bloei), grote klit, akkermelkdistel (komt “melk” uit blad als je knijpt, bloeit bovenaan), nagelkruid, robertskruid, moeraszegge (tot 1 m hoog), melkeppe (dras), waterviolier (prachtig in bloei), fonteinkruid (duizendknoop familie, inheems), grote vossenstaart, mannagras (dras, vermesting (via kwel), slechte indicator), watermunt, moerasspirea (is koortswerend en een ingrediënt van aspirine (vandaar de naam)), geknikte vossenstaart, stijve zegge(kort schutblad), holpijp (prima indicator), moeraswalstro (het enige walstro waar geen naaldje op de punt van het blad staat), egelsboterbloem (kwel, mineralen), moeraskers (1 exemplaar), moerasrolklaver (holle stengel), gewone hoornbloem, dalkruid (onder eik, oude bossen, vochtig), pilzegge (carex), elzenzegge, oeverzegge, grasmuur (vogelmuur is liggend), grote waterweegbree, gagel (enkele plaatsen), stekelvaren.
Zeggesoorten steeds 3 kantige stengel (soms moeilijk te voelen), =aarig (evenveel vrouwtjes -als mannetjesaren)
Vergeet-me-nietje: bloempje <0,5 cm = zomp- >0,5 cm = moeras-
Varia: 300 adders in de Visbeekvallei en Schrieken // bos van madame Wattecon (hopelijk spoedig NP bezit) // schapen en geiten (ook braam) samen als begrazing is resultaat beter // rododendronkegelkopje // lantaarnspin // aardappelgal (groot) altijd op eik // wilgenhaantje (en mass!) // landkaartje (vlinder andere tekening tijdens de zomer!) // bont zandoogje (meest in dreven bosranden, verdrijft andere vlinders) // Epelaar: kruidenrijk maaisel vanuit Viersel reservaat hier een tijdje op laten liggen (zaad) // zakdragertje (benaming voor het insectenkokertje dat wormpje of rupsje beschermt, op blad van brandnetel of braam of… ) // tuinfluiter // muntvlindertje //

Flora’s: Richard Fitter, laatste bij NP online, via website natuurmonumenten.nl. De nieuwe flora van NP zijn op bloemkleur, helaas kan je zo niet determineren als de plant niet bloeit. Mijn flora is op bloemkleur én bladvorm én stand (wilde bloemen van Geert Hüsstege), nadeel: soms foute weergave bladvorm (niet ingesneden,…). Ook gebruik ik “nieuwe flora in kleur” van M. Skytte Chris. & H. Anton omdat die enkel de planten van onze regio weergeeft. Een paar keer per maand blader ik deze flora dan door, maar het is wel een oldie (verjaardagscadeau 1975 😊).
Het enige goede werkmiddel is een sleutel leren te hanteren. Misschien een goed idee om daar eens een training over te geven?

Mark Broeckx.