Van de Velde reservaat

vdveldeOp 7 mei 1984 schonk de heer Carolus Faes aan de toenmalige natuurvereniging De Wielewaal twee perceeltjes grond (grotendeels elzenbroek en ook een voormalig moestuintje) op voorwaarde dat de vereniging deze zou beheren als het Mevrouw Van de Veldereservaat, dit ter herinnering aan zijn overleden echtgenote. Deze percelen liggen aan de Kastelein langs het kanaal. Nog datzelfde jaar stond de heer Thierry Van Schoubroeck uit Turnhout toe dat twee percelen van hem in die omgeving (rietlandje en poel) mede beheerd werden. In 1987 werd nog een klein perceeltje bos bijgekocht. Het was sindsdien in Vlaanderen een van de kleinste natuurreservaatjes (een derde hectare, waarvan 1.570 m² in eigendom).
Die toestand bleef decennialang ongewijzigd. Maar in voorjaar 2016 kon de aankoop gerealiseerd worden van de terreinen van de heer Van Schoubroeck, niet alleen van de twee perceeltjes die we al in 1984 van hem in beheer kregen, maar ook van een aangrenzend hooiland (samen 9.150 m²). Dit hooiland heeft een mooie, brede houtwal met verschillende oude eiken. Het hooiland is nogal nat, met o.a. veel pinksterbloemen en de erbij horende oranjetipjes.
De oppervlakte in eigendom in het reservaat vergrootte daardoor opeens bijna zeven maal, van 1.570 naar 10.720 m², of iets meer dan een hectare.

Broedvogels in het reservaat zijn o.a. wilde eend, grote bonte specht, zwartkop(-grasmus), tuinfluiter, bosrietzanger en sommige jaren nachtegaal. In de buurt broedt o.m. bosuil, boomklever en zanglijster. Buiten de broedperiode kan men er soorten ontmoeten zoals sperwer, houtsnip en sijs. De vijver herbergt heel wat kikkers en padden. De aanwezigheid van salamanders zal nog onderzocht worden met amfibievallen.
Het reservaat heeft ook een floristische waarde met bijvoorbeeld gevlekt longkruid, zwarte bes, ijle zegge, dotterbloem, slanke waterkers, puntkroos, geel nagelkruid enz. De boom- en struiklaag bestaat o.m. uit zomereik, es, ruwe iep, gewone esdoorn, zwarte els, zachte berk, lijsterbes, gelderse roos en vlier. In het voorjaar bloeien er o.a. sneeuwklokjes, trompetnarcis, speenkruid, bonte gele dovenetel, een soort boshyacint, enz.
Een aantal van de genoemde plantensoorten worden gerekend tot de zogenaamde “stinzenplanten”. Hiermee bedoelt men planten die dikwijls niet streekeigen zijn maar voorkomen op oude landgoederen en zich van daaruit verspreiden in geschikte biotopen. Hier zou mogelijk invloed kunnen bestaan van landgoederen in de onmiddellijke nabijheid zoals Boone’s Hof. Deze veronderstelling wordt bevestigd door het feit dat die planten niet alleen voorkomen in het reservaat zelf, maar ook in bosjes elders in deze omgeving.

Over het ontstaan van de recent gekochte, langgerekte vijver zijn er twee theorieën. De ene wijt dit aan kleiwinning begonnen omstreeks 1815 t.b.v. een (kleinschalige) bakkerij van vloertegels. Volgens een andere bron is de vijver ontstaan zowat omtrent 1840 n.a.v. het graven van het Kempisch kanaal. Omdat dit laatste op heel wat plaatsen in het Turnhoutse hoger ligt dan het omringende landschap, diende grond aangevoerd bij voorkeur uit de onmiddellijke nabijheid.

De voorbije decennia heeft het water zowel in de vijver als in de gracht dikwijls te lijden gehad van vervuiling. Dit kwam het natuurleven zeker niet ten goede. Ook de toenemende verbossing rond de vijver deed een aantal water- en moerasplanten verdwijnen en maakte het gebied minder aantrekkelijk voor amfibieën.
In 1997 vroeg toenmalig conservator Boudewijn Bosmans een kapvergunning aan om het opschietende hakhout (zwarte els, esdoorn en zachte berk) rond de vijver, terug te zetten. Inmiddels is dit hakhout opnieuw flink opgeschoten en er is nu (winter 2016) een nieuwe kapvergunning verleend voor de helft van het bestand. Binnen 4 à 5 jaar wordt dan de andere helft gekapt. Op die manier komt dan afwisselend een deel van de plas terug onder invloed van zonneschijn, wat de waterflora en amfibieënpopulatie ten goede komt.

Een ander probleem dat zich de laatste decennia steeds sterker manifesteert , is dit van de uitbreiding van de Japanse duizendknoop. Deze is hier destijds terechtgekomen via aangevoerde grond op een aangrenzend perceel van de toenmalige Dienst Scheepvaart. De soort kwam dertig jaar geleden al met enkele exemplaren in het gebied voor, maar heeft zich sindsdien sterk verspreid, ook op onze percelen. Dit gebeurde in die mate dat nu bepaalde plantensoorten uit het vochtige bos plaatselijk verdwenen zijn of sterk bedreigd worden. De soort wordt sinds nu door de NP-terreinploeg bestreden.

Op het gewestplan Turnhout (van 30.09.1977) staat voor het gebied tussen Kastelein, Noord-Brabantlaan en het kanaal, alleen een zone langs de Kastelein ingekleurd als woongebied, vanaf het kanaal tot t.h.v. de Heizijde. De rest, het overgrote deel kreeg de bestemming, P-zone, d.w.z. parkgebied. Een groot percentage daarvan bleef evenwel in gebruik door de landbouw, op enkele beboste percelen na. Nu wordt de recente aankoop door het NP-bestuur in Mechelen aangemoedigd mits een flink deel van het aangekochte terrein wordt aangewend voor bebossing (als compensatie voor ontbossingen elders, bv. in het Turnhouts Vennengebied). Dit sluit bovendien nauw aan bij de visie van de stedelijke milieudienst, die ervoor opteert dat de reële situatie (tot nog toe echter grotendeels agrarisch, i.c. hooi- of akkerland) beter moet passen binnen de ruimtelijke bestemming, m.n. parkzone. Concreet voorzien ze hier namelijk de ontwikkeling van een stadsbos. We gaan akkoord met deze zienswijze mits voor de aanplanting uitsluitend gebruik wordt gemaakt van streekeigen soorten en mits in het gekochte perceel de westelijke en laagste strook, die in natte periodes grotendeels onder water staat, niet beplant wordt, maar dat hier in het nat hooiland een amfibieënpoel wordt aangelegd.

Op het moment dat we ruim 30 jaar geleden de eerste percelen kregen, liep er langs het kanaal slechts een onverhard wandelpad. Later is hier een verhard fietspad aangelegd. Dit wordt sindsdien veel gebruikt, zowel door wielertoeristen als voor woon-werkverkeer. Een zeer klein deel van de fietsers neemt het niet zo nauw met het achterlaten van hun afval. In de berm (eigendom van N.V. De Scheepvaart) langs het fietspad zijn de talrijke weggeworpen blikjes, flesjes en plasticzakken daarvan de stille getuigen. Dit stimuleert ook ander storters. Dat vuil rolt ook de helling af en komt zo in onze vijver terecht. Hier was een echt sluikstort ontstaan. Meteen na de aankoop van dit perceel hebben we dit stort geruimd en de stedelijke diensten zijn het afval komen ophalen. Hopelijk blijft het nu geruime tijd intact.

Verdere uitbreiding van het reservaat is zeker mogelijk.